Ouderen blijven steeds langer thuis wonen – ook als ze in aanmerking komen voor het verpleeghuis. In Rozenburg fietst verzorgende Linda Vermeer van huis naar huis om ouderen overeind te houden in hun vertrouwde omgeving.
NRC Artikel - Ze gaan niet naar het verpleeghuis: ‘We zijn 64 jaar samen. Dan ga ik hem toch niet afstaan?’
Auteur: Ingmar Vriesema | NRC
Met een collega samen zal ze hem zo op een verrijdbare stoel zetten en naar de badkamer wielen voor een douchebeurt. Daarna helpen ze hem naar de traplift en eenmaal beneden begeleiden ze hem via zijn looprek naar zijn trippelstoel. Daarmee schuifelt hij naar de eettafel. Zijn medicijnen – bloedverdunner, anti-zweetpil, maagbeschermer – liggen klaar naast zijn boterham met hagelslag, voorgesneden door Magda. Zij somt Lex’ ziektegeschiedenis op: eerst een hartritmestoornis, daarbovenop twee TIA’s en daarna had hij een rollator nodig. In 2024 kreeg hij een herseninfarct. Lopen gaat sindsdien nauwelijks nog, spreken evenmin: hem verstaan vergt een geoefend oor.
Linda Vermeer – beroep: verzorgende – bezoekt dag na dag louter mensen die nog thuiswonen, al zouden de meesten van hen net als Lex probleemloos voor het verpleeghuis in aanmerking komen. Samen met collega’s levert ze thuis de hulp die deze mensen ook binnen de verpleeghuismuren zouden krijgen. NRC liep een ochtend mee. Wat voor hulp wordt verleend en hoe zijn de ouderen eraan toe?
De route voert, met uitzondering van Lex, louter langs vrouwen. De jongste is 79 en de oudste is de tel kwijt. De meeste vrouwen zijn weduwe en wonen alleen, allen te Rozenburg. De namen van de cliënten en hun partners zijn bekend bij de redactie. Hun achternamen noemt NRC niet in verband met hun veiligheid: het zou de slagingskans kunnen vergroten van eventuele nepagenten en andere babbelaars in dit dorp van 12.500 inwoners.
Wegbezuinigd
Met een vrolijk „goedemorgen!” stapt Linda het appartement binnen. Ria schuifelt wat rond. Een collega, Carla Rosinga (66), is al aanwezig. Ze haalt de was van het rek in het voorraadkamertje met op de planken zestien pakken incontinentiemateriaal. Linda ziet dat Ria’s medicijndispenser leeg is. Uit dat elektronisch apparaat op haar nachtkastje rollen in een vastgelegd ritme precies de medicijnen die Ria nodig heeft. Bètablokker, plaspil, bloeddrukverlager, foliumzuur. „Is uw medicijnrol niet geleverd?” vraagt Linda. „Weet ik niet hoor”, zegt Ria. Linda informeert beneden bij de inpandige apotheek: ja hoor, daar ligt Ria’s medicijnenzakje. „Ze deed kennelijk niet open toen ze werden bezorgd”, zegt Linda. Terug in het appartement heeft Ria zich geïnstalleerd op haar leunstoel, voeten op de poef. Het is bijna half negen – heeft ze al ontbeten? „Ik was aan een ijsje bezig”, antwoordt ze. „Een cornetto.” Carla blijft, Linda vertrekt.
Linda kijkt Wies aan. „We moeten nog één ding doen hè?” „Wat dan?” „Wat moeten we altijd ’s morgens doen?” „O”, zegt Wies, „oefeningen.” En een minuut later staan de vrouwen zij aan zij in het keukentje, buik tegen het aanrecht, handen plat op het aanrechtblad. Vijf keer knie heffen links, vijf keer rechts, tien keer op de tenen. „Zo”, zegt Linda, „nu even uitrusten.” „Hoeft niet hoor”, zegt Wies en hop, nog tien keer op die tenen. Ja, ze wil thuis blijven wonen, zegt ze terug in haar stoel. „Zou iedereen wel willen denk ik.” Er komt genoeg visite: kinderen, kennissen, vrienden, mensen van de kerk. Ze kookt af en toe zelf, doet wat boodschappen, de winkel is niet ver. Verhuizing naar het verpleeghuis? „Nog niet over nagedacht.”
Zware lichamelijke aandoeningen
Linda belt aan bij Afke (84), weduwe met blauwgrijze ogen. Weduwe sinds wanneer? „Al sla je me dood.” Ze lepelde net haar bakje yoghurt leeg en brengt het naar de keuken. Langzaam. „Oe-oe-oe”, zegt ze, „ik loop zo rot.” Vijf minuten later: „Mijn benen zijn goed.” Trap naar zolder? Geen probleem. „Medicatie ingenomen in mijn bijzijn”, rapporteert Linda op haar telefoon.
Op naar Lex en Magda, Linda’s oude bekenden. Een collega van Linda is al binnen, Lillian van Sprang (26). Samen zetten ze Lex onder de douche. Lillian is geen verzorgende, zoals Linda, maar een ‘leefondersteuner’, een functie die werkgever Careyn begin 2024 in het leven riep na twee jaar ervaring met verpleeghuiszorg thuis. Want waarom zouden zorgprofessionals als Linda eigenlijk de boterhammen van cliënten moeten smeren en de was moeten opvouwen? Nogal duur en bovendien onhandig, gezien het personeelstekort in de zorg. „Per dag is eigenlijk zo’n twee uur verpleging en verzorging nodig”, zegt bestuurder van Careyn Chantal Beks (52). „De rest van de tijd gaat over welzijn, gezelschap houden, aandacht, schoonmaak.”
Acute meldingen
Half twaalf in de ochtend, Linda belt aan bij Miep (82), de laatste cliënt op de route. Haar man (84) doet open, Miep ligt op bed. Nu komt ze eruit. Linda komt voor het geven van de bloedverdunner maar Miep heeft het liever over de nieuwe wasmachine. „Mooi hè?” In haar japon gaat ze zitten aan het keukentafeltje tegenover haar man. Ze vertelt dat ze niet meer naar de dagbesteding gaat. Ze ging een paar keer maar haalde er de wc niet op tijd. „Hij was ver en dan was-ie bezet.” Miep kreeg de diagnose dementie, vertelt haar man. Lewy body. Helemaal zeker is het niet, de dokters zijn niet eenduidig.
Kort na de diagnose bezochten Miep en hij een verpleeghuis. Maar van hem hoeft het niet. „We zijn 58 jaar getrouwd, we wonen samen.” Miep wil ook niet. „En weet je waarom?” Ze laat een stilte vallen en zegt: „Allemaal gekke mensen daar.”
Gerelateerde verhalen