"Wijkverpleging is verder kijken dan de Zorgvraag"
Cindy werkt al bijna tien jaar als wijkverpleegkundige bij Careyn. In die jaren zag ze hoe veelzijdig het werk in de wijk is. Van complexe wondzorg en palliatieve begeleiding tot overleg met huisartsen, ziekenhuizen en familie. We vroegen Cindy over haar ervaring met het werken in de wijkverpleging.
Wijkverpleging draait volgens haar niet om één zorgmoment, maar om goed kijken wat iemand nodig heeft om zo lang mogelijk thuis te kunnen blijven wonen. “Eerst dacht ik: wat moet ik nou in de wijk? Maar toen ik hier eenmaal begon, ben ik gebleven", vertelt Cindy. Wat haar raakt, is de combinatie van vakkennis, zelfstandigheid en vertrouwen. In de wijk stap je iemands huis binnen, leer je zorgvragers echt kennen en bouw je een band op. “Ze vertrouwen je. En door ons kunnen ze vaak thuis blijven.”
Complexe zorg, gewoon thuis
Volgens Cindy is het beeld van wijkverpleging vaak te smal. In werkelijkheid wordt de zorg thuis steeds specialistischer. Als wondaandachtsvelder werkt ze bijvoorbeeld met complexe wonden, vacuümtherapie en korte lijnen met wondverpleegkundigen, huisartsen en ziekenhuizen. “Wij krijgen steeds vaker zorgvragers thuis met complexe wonden. Die hoeven dan niet in het ziekenhuis te blijven, omdat wij de kennis hebben om die zorg thuis te geven.” Ze overlegt met artsen, stuurt foto’s door, bepaalt samen met specialisten het beleid en volgt de wondgenezing nauwkeurig. “Je ziet zorgvragers genezen. En soms kom je iemand later in het dorp tegen en zeggen ze: jij hebt het gemaakt. Dat is echt mooi", glimlacht Cindy.
Niet alleen kijken naar de klacht
Een van de verhalen die Cindy bijblijft, gaat over een cliënt bij wie ze in eerste instantie kwam voor insuline. Maar eenmaal binnen zag ze dat er veel meer speelde. Het huis was vervuild, de man zorgde slecht voor zichzelf, zijn hond had zorg nodig en zijn gezondheid ging achteruit. “Dan kom je voor één zorgvraag binnen, maar je ziet meteen: hier klopt meer niet." Cindy ging stap voor stap met hem in gesprek. Niet door te dwingen, maar door vertrouwen op te bouwen. Ze schakelde met de huisarts, de bewindvoerder en andere betrokkenen. Er kwam meer structuur, passende zorg, ondersteuning in huis en aandacht voor zijn hond. “Je moet iemand wel mens laten blijven,” zegt Cindy. “Het was zijn leven. Wie zijn wij om alles op het laatste stuk nog te veranderen? Maar je probeert wel te zorgen dat iemand schoon, veilig en met waardigheid verder kan.”
Thuis blijven, met hulp die meebeweegt
Ook bij oudere cliënten draait wijkverpleging vaak om veel meer dan zorgmomenten. Cindy vertelt over een mevrouw die langzaam somberder werd. Ze kwam minder buiten, werd boos en trok zich terug. “We merkten dat er iets veranderde. Dan moet je verder kijken.” Samen met de huisarts werd gekeken wat er speelde. Er kwam hulp en mevrouw ging weer koffie drinken met anderen in het gebouw. “Je zag haar opbloeien. Dan denk je: ja, hier doe je het voor.” Voor Cindy zit de kracht van wijkverpleging in dat brede kijken. Niet alleen behandelen wat zichtbaar is, maar ook letten op gedrag, stemming, veiligheid, zelfstandigheid en wat iemand nodig heeft om thuis te kunnen blijven.
Er zijn in de laatste fase
Naast wondzorg is Cindy ook taakhouder palliatieve zorg. Ze begeleidt zorgvragers die ongeneeslijk ziek zijn en thuis hun laatste fase doormaken. Dat vraagt vakkennis, maar ook rust, gevoel en nabijheid. “Je komt soms wekenlang meerdere keren per week bij de zorgvragers. Dan ontstaat er vertrouwen. Je weet wat ze voelen en je kunt hen en hun familie begeleiden.” Soms gaat dat om praktische zorg. Soms om een gesprek. En soms om iets wat eigenlijk niet in een standaard takenlijst past.
Tijdens de coronaperiode begeleidde Cindy een oudere man van wie de vrouw overleed. Hij had zelf corona en kon niet naar de begrafenis. “Toen ben ik bij hem gaan zitten. Ik had het kerkboekje, heb de liedjes opgezocht en samen met hem de dienst een beetje meegemaakt.” Even later reed de rouwstoet langs het huis. “Dat hoorde misschien niet letterlijk bij mijn werk. Maar op dat moment kon ik dit voor hem doen. Dat vond ik heel belangrijk."
Zelfstandig, maar niet alleen
In de wijk werk je vaak zelfstandig, maar volgens Cindy betekent dat niet dat je alles alleen draagt. Juist omdat situaties complex kunnen zijn, zoeken collega’s elkaar op. “Als je ergens mee zit, kom je naar kantoor of overleg je met een collega. Alles is bespreekbaar.” Dat is belangrijk, want sommige situaties komen dichtbij. Zeker in palliatieve zorg. “Je bent ook gewoon mens,” zegt Cindy. “Soms raakt iets je. Dan is het fijn dat je team er is.”
Een vak waarin je blijft leren
Wat Cindy aanspreekt, is dat de wijkverpleging nooit stilstaat. Ze volgt scholingen, verdiept zich in aandachtsgebieden en blijft leren van collega’s, huisartsen en specialisten. “Je gaat steeds meer zien en steeds meer begrijpen. En elke keer leer je weer iets nieuws.” Juist die afwisseling maakt het werk voor haar bijzonder. Een route lopen, zorgvragers zien, overleggen met familie of huisarts, zorgplannen bijwerken, materialen bestellen, collega’s ondersteunen en complexe situaties uitzoeken. “Dat wisselende werk vind ik het leukste. Je moet doortastend zijn en verder kijken dan je neus lang is.”
En misschien is dat precies wat Cindy’s verhaal laat zien: wijkverpleging is niet één handeling of één moment. Het is kijken, luisteren, inschatten, overleggen en soms nét dat extra doen waardoor iemand thuis kan blijven. Volgens Cindy is dat voor haar het mooiste. "Dat je zorgvragers thuis kunt begeleiden, tot het laatste stukje.”
Wil je meer weten over werken in de wijkverpleging? Ontdek het werken in de wijk.
Gerelateerde verhalen